Tulpa's en Golems - Brian Catling

Tulpa's en golems 
 
In de kern van het werk van Anet van de Elzen huist een magneet, poreus, rijk en diepzinnig, met een energie die zich verplaatst in reflectieve stromen waardoor een rusteloze stoet menselijke identiteiten ontstaat. Haar afbeeldingen van gebroken mensen, gevangen tussen armoede en verhevenheid, zijn herkenbaar en tegelijkertijd verontrustend oorspronkelijk. Het worden nooit zelfportretten en ze zullen geen glimp van de dentiteit van de kunstenaar laten zien - die ijdelheid ligt ver beneden het doel dat  Van de Elzen nastreeft. Deze figuren, die tot leven komen door bevend licht of worden uitgebeeld in verschoven tijd, zijn emotionele personages, geestverschijningen van onze zorgelijke toestand. Ze zijn gevangen en staan te kijk in zelfgezette vallen aan de rand van ons weten. Profeten op een eenzame weg die angstwekkend doet denken aan onze neiging tot vergeten. 
 
Van de Elzen laat zich niet in met de huidige ego-grappenmakerij waarbij de kunstenaar zijn eigen merk wordt. Ze neemt vaardig afstand van dat dunne kostuum voordat ze de film laadt, de klei losmaakt of een publiek tegemoet treedt. Het is waar dat haar foto’s en performances pijnlijk geïnspireerd en sterk gestuurd worden door haar ervaringen van verdriet, blijdschap, vervreemding, troost, pijn, twijfel en alle 
andere hunkeringen die aan onze ziel knagen tot we onze sterfelijkheid erkennen. Haar drommen bezoedelde bedenksels zijn talrijker en gevaarlijker dan een autobiografie, want ze komen voort uit een groter raadsel. Hun geest van onvolmaaktheid glijdt weg en overlapt de persoonlijkheid door middel van een reeks vage beelden en vermommingen. Sensueel omarmen en verdoezelen ze de contouren van geslacht en 
ras, in hun verlangen hun vreugde te uiten over de wonderlijke broosheid van het minieme ogenblik dat ze bestaan. De vormverschuivingen nemen nog toe in haar hypnotiserende optredens. Daar vloeien ze en veranderen van gedaante, en kleuren het onzichtbare met grandeur. Sferen scheppend met een rijke spanning en een indringende stilte. Zingende beelden van een sappige en mysterieuze poëzie, die sluimerende herinneringen wekken bij hun nietsvermoedende publiek. 
 
Van de Elzen is een rusteloos kunstenaar, niet in staat haar laatste opmerkelijke beeld te aanvaarden, altijd haar verbeelding prikkelend, nieuwe wegen verkennend. De verschillende aspecten van haar werk zijn daardoor moeilijk kritisch te scheiden, want elk onderdeel bezielt het volgende in onderlinge kruisbestuiving, figuurlijk maar ook letterlijk, iets wat het duidelijkst te zien is in de relatie tussen haar beeldhouwwerken en haar fotografische portretten van figuren die verdiept zijn in verloren voornemens. Hierbij hebben de eigenlijke processen van het modelleren en het gieten bezit genomen van de camera en haar onderwerp. Zelfs de alchemie van het ontwikkelen in de donkere kamer is aangetast en het verborgen licht is omgezet in een reeks verdovende en genezende stoffen; klei, melk en houtskool verzadigen de afdrukken. Alkalines en tegengiffen die zuren verdringen en vergiften sussen. Poreuze aardgebonden zalven die de bewegende lichamen en ruwe uitdrukkingen besmeren. Een balsem van kalmte, 
gedragen in lege ruimten, om het geweld te verwijderen in ruil voor de bestendiging van het vreemde. 
 
Toen ik de vijf oorspronkelijke kunstenaars in de groep voor The Wolf in the Winter bijeen probeerde te krijgen, was ik uit op een bepaalde onafhankelijke reactie, een soort optreden dat onbekend tegenover applaus stond en werd gevoed door een geloof in een verbreiding van de verbeelding. Tevens zoekend naar een dubbelzinnigheid van de macht, het beest als slachtoffer en agressor; de tederheid der wolven. Onze roedel was ondenkbaar zonder Anet. Haar briljante tegenstellingen als zorgzame vinnigheid en koesterend ongeduld maakten haar tot dé wolvin. Sindsdien heeft zij ons aangevoerd, is ze ons kompas geworden en heeft ze de groep bijtend en duwend voortgedreven naar grotere experimenten en onbekende gebieden. Ons veranderend van een eenmalig verschijnsel in een gezelschap dat zich steeds ontwikkelt. Als u haar 
vraagt naar een van deze willekeurige triomfen, zal zij iemand anders als instigator of inspirator noemen. Haar bescheidenheid zal haar stoet van verbazende beelden beschrijven als een gevolg van de plaats en situatie waarin ze zich bevond. Dit is haar enige leugen. 
 
Haar beelden zijn de voorvaderen van ons onbehagen, zorgvuldig bedoeld om ons verweer te strikken en het weer los te maken net op het moment dat we ons naar voren buigen om de verwantschap die we herkennen te omarmen en ons neer te leggen bij hun vertrouwde gekwelde eenzaamheid. Waarvan wij gemaakt zijn. 
 
Brian Catling, herfst 2003