ik weet...interview met Pietje Tegenbosch


‘Ik weet hoe het voelt om naar iets moois te streven’:

Anet van de Elzen tussen droom en daad.


Anet van de Elzen heeft nooit besloten dat ze kunstenaar wilde zijn, het gebeurde, en sindsdien rijgen de beelden, tekeningen, foto’s en performances zich aaneen tot een geheel eigen en oorspronkelijk oeuvre. In de kern draait haar werk om communicatie of zoals ze het zelf formuleert: “Het eerste wat in mijn hoofd opkomt als mijn belangrijkste drijfveer is: contact. Communicatie op een ander level dan het alledaagse. Zoals een gedicht kan zijn, zo kun je ook een beeld ervaren. Kunst laat je ontsnappen uit de werkelijkheid en neemt je mee naar een gebied waar je nog niet was.”


“Mijn werk ontstaat vanuit een onderbewuste laag, een imaginair of poëtisch gegeven. Het is nooit letterlijk verklaarbaar, hoewel er natuurlijk wel een idee aan ten grondslag ligt. Dat idee wordt altijd ingegeven door mijn eigen leven, mijn omgeving of een situatie waar ik me toe moet verhouden of waar ik een ‘oplossing’ voor moet zoeken. De opdracht voor een kunsttoepassing in de wijk Groenoord is zo’n situatie. Ik begeef me in die situatie om te proberen een aantal elementen zo bij elkaar te brengen dat ze een ‘oplossing’ aanreiken voor die specifieke context. Ik ben uiteindelijk meer iemand van de ervaring, dan louter van het idee. Ervaring gaat voor mij over de manier waarop een werk zich het best kan ontwikkelen. Ik krijg een idee, ga aan het werk, en door de omgang met het onderwerp of de materie ontstaat er iets en van daaruit kan ik verder werken.”


‘Wir haben die Kunst damit wir nicht an der Wahrheit zugrunde gehen.’ is een veel geciteerde uitspraak van Nietzsche. De waarheid waar hij naar verwijst, zou opgevat kunnen worden als het absolute zijn – omdat ons verstand nu eenmaal behoefte heeft aan een houvast - terwijl de werkelijkheid,  misschien eerder gelegen is in een proces van ‘wording’, een proces waarin dingen letterlijk ont-wikkeld moet worden. De zintuigen zijn een hulpmiddel om die dingen boven te laten drijven en uit de verborgenheid te halen, een hulpmiddel om de wereld te ontdekken. In het werk van Anet van de Elzen gaat het om de werkelijkheid van het proces, en daarbij de dubbelzinnige verhouding van de maker tot zijn onderwerp: geëngageerd en tegelijk ook gedistantieerd (een afstand die in feite vooral de autobiografie van de maker zelf 

betreft).


Anet van de Elzen houdt niet van een atelier vol stock. Liefst brengt ze haar werken naar buiten. Ook haar performances zijn ontstaan vanuit een behoefte aan een ander, meer rechtstreeks contact. Als een sculpturaal element in de ruimte gaat ze haar lichaam inzetten in theatraal opgezette manifestaties voor publiek. Van de Elzen: “Bij een performance ontken je jezelf, je kruipt in de huid van een ander, je moet open zijn en jezelf vergeten om het contact met je publiek te bewerkstelligen.” In het begin was ze erg zenuwachtig, terwijl ze tegenwoordig mediteert en tai chi oefeningen doet om zich te trainen in de concentratie die nodig is om een performance goed te doen. 


Haar performances brengen haar over de hele wereld, van Noorwegen tot Zuid Afrika en van de Verenigde Staten tot Japan. “In Nederland gebeurt er niet zoveel op het gebied van performances en als je als kunstenaar er toch iets mee wil kom je al snel in een internationaal circuit terecht. Ik begon met performances in 1992 op het eerste festival dat ik zelf had georganiseerd, samen met een groep Engelse kunstenaars, in Nederland. Vanuit dat contact is de link met het buitenland steeds verder ontwikkeld en tot 2002 heb ik me dan ook heel intensief met performances bezig gehouden. Nu is mijn leven veranderd en doe ik er minder aan. Het reizen om al die performances in het buitenland te doen was heel vermoeiend en vanaf 2004 besloot ik om wat meer bij mezelf te blijven, terug mijn atelier in te gaan, en dat besluit viel mooi samen met grote veranderingen in mijn leven, zoals het feit dat ik een kindje kreeg. Dat besluit bracht me rust.”


De laatste jaren is Anet van de Elzen vooral actief in Nederland. En nu is haar werk dan ook te zien in Schiedam in het kader van de opdracht voor de wijk Groenoord Zuid.

In het kader van de herstructurering van Groenoord-Zuid hebben Woonplus Schiedam en afdeling Cultuur van de gemeente Schiedam drie kunstopdrachten verleend. Eén opdracht is verleend aan kunstenaar Anet van de Elzen voor het maken van een kunsttoepassing, waarbij het ontwerp geïnspireerd moest zijn op verhalen en gesprekken met kinderen en volwassenen uit de wijk. 


Van de Elzen: “Mijn opdracht bestaat uit drie heel verschillende delen. Het eerste is een beeld dat een kind uit de wijk representeert, en dat ook echt is geïnspireerd op een Somalisch meisje dat mij tijdens de workshops die ik met de kinderen gedaan heb, iedere keer weer ontroerde. Dan is er een cd die gemaakt wordt door een groepje rappers uit de wijk. Zij hebben een nummer geschreven dat over de wijk Groenoord Zuid gaat en hun observaties. Het is een heel positief nummer geworden. Die cd is tot stand gekomen met veel enthousiasme en dankzij professionele begeleiding van Urban House, een  organisatie die actief is in Schiedam en Vlaardingen en workshops, door artiesten uit de wereld van de rap, de breakdance en de  streetdance, aanbiedt  aan jongeren. De rappers noemen zich Reflex en hun cd sluit qua vormgeving en inhoud helemaal aan op het concept. Een tekstregel uit de rap ‘Ik weet hoe het voelt om naar iets moois te streven’, is ingelegd in het straatpatroon van de Obrechtstraat, de meest centrale as van de wijk.”


“Die tekst is het derde deel van de opdracht en omdat de drie werken bijna van drie verschillende kunstenaars hadden kunnen  zijn - ware het niet dat ze in oorsprong heel dicht bij elkaar liggen - had ik  zelf sterk behoefte aan een publicatie die de verscheidenheid maar ook de verbondenheid van de werken in één en dezelfde opdracht laat zien.”  


Gevraagd naar overeenkomsten en verschillen tussen het werken aan haar vrije werk en het maken van werk in de openbare ruimte vanuit een opdrachtsituatie, antwoordt ze dat de opdracht in Schiedam haar, net als haar performances, veel heeft gebracht als het gaat om het contact met mensen, maar dat de echte overeenkomst vooral gelegen is in de moed die je nodig hebt om eraan te beginnen. “En als ik er op terug kijk, was deze opdracht een geslaagde, maar ook bijzonder pittige performance”, aldus Van de Elzen. 


“In een opdrachtsituatie komen een aantal elementen bij elkaar, namelijk de opdracht zelf, de omgeving, en mijn persoonlijke beeldtaal. Bij het vrije werk ga ik juist helemaal uit van mijn eigen verbeelding en die komt dan toch het best tot zijn recht in het werken met fotografie, film of performance. Een opdracht biedt altijd een mooie gelegenheid om onderzoek te doen, maar wil een opdracht slagen dan is vooral essentieel dat er een dialoog is, een gesprek tussen twee partijen. In Schiedam had ik echt het gevoel dat er sprake was van gezamenlijke betrokkenheid en dat vond ik prettig. Contact, net als ervaring, is belangrijk in mijn werk. Behalve dat ik het inspirerend vind, is het ook een bescherming tegen je eigen beperkingen.  Het is altijd zoeken om de juiste flow te vinden. Als er een goed evenwicht is met de buitenwereld gaat de opdracht vanzelf ‘leven’ en dan krijg je soms ook onverwachte, prachtige reacties. Mijn gevoel bij deze opdracht wordt eigenlijk heel mooi uitgedrukt in het beeld dat ik heb als ik denk aan iemand in de wijk die ’s ochtends de gordijnen open doet en dan de tekst van de jongens ziet. Dat is toch een prachtig, poëtisch begin van de dag.”


Anet van de Elzen heeft van het hele proces waarin de opdracht is gerealiseerd een verslag gemaakt, een verhaal dat indruk maakt omdat het geschreven is vanuit directe observaties, zonder oordeel, wars van morele boodschappen en vrij van dubbele agenda’s. Op de vraag of ze het idee heeft dat haar werk in Groenoord Zuid een promotie voor de wijk betekent en zo ook een politieke lading zou kunnen hebben, reageert ze ondubbelzinnig: “Ik hou me er niet mee bezig of het promotie voor de wijk is, of dat het politieke betekenis heeft. Ik vind het proces dat aan het eigenlijke werk voorafgaat belangrijk en vooral dat ik het samen met de mensen heb kunnen doen, althans met een aantal jongeren, en nu het af is en gepresenteerd wordt, zullen we zien wat het effect is.”


‘Ik weet hoe het voelt om naar iets moois te streven’: voor Anet van de Elzen heeft die zin, tussen droom en daad, een veelheid aan betekenissen gekregen. Het perspectief van de wijk, maar ook dat van de bewoners, en met name van de jongens zelf is er zichtbaar door geworden. 



Deze tekst is gebaseerd op een interview met de kunstenaar.

 

Pietje Tegenbosch, april 2007